30 juni 2020

Niet meer zo snor! – Een kijkje in het leven van Kees Momma

Op de Facebookpagina van ‘Het beste voor Kees’ deelt Kees Momma af en toe dagboekfragmenten die hij richt aan regisseur Monique Nolte, regisseur van de vervolgdocumentaire ‘Kees vliegt uit’. We nemen je graag mee om een kijkje te nemen in het hoofd van Kees en wat hij allemaal dagelijks beleeft.

 

Donderdag 4 juni 2020

Beste Monique,

Deze week lijkt er een te zijn van donkere dagen, pokken en plagen, oftewel van tegenspoed. Aldus een regel uit een bekend liedje met als titel: ‘Kom Kees, het is maar tijdelijk’ uit de musical ‘Heerlijk duurt het langst’ van Annie M.G. Schmidt. Goed dat het buiten nu donker weer is. Dat vind ik niet erg na een periode van hinderlijk warme dagen en verontrustende droogte met extreem schelle zon. Vandaag valt er eindelijk regen en is het heerlijk afgekoeld!

Kees Momma
Kees Momma

Maar de pokken en plagen zijn helaas wel van toepassing.

Als gevolg van onder andere de versoepeling van de maatregelen tegen verspreiding van het coronavirus, lijken de mensen steeds ‘losser’ te worden. Dat heeft op zijn beurt weer gevolgen voor het buitenleven.

Overal waar ik kom, ervaar ik het openbare leven als hoogst onplezierig. Onrust en opgewonden gedoe krijgen steeds meer de overhand.

Ik ergerde me vreselijk aan dat hysterische getoeter! Wat een rotgeluid!

Afgelopen woensdag was het bar en boos. Voor het eerst fietste ik weer eens naar de stad om de koffiewinkel binnen te lopen, omdat ik weer nieuwe koffiecapsules nodig had.

Hoewel ik had gehoopt op een uitje dat mij enige verstrooiing zou brengen, kreeg ik onderweg naar de stad een akelig avontuur voor de kiezen. Op de hoofdverbinding van Velp naar Arnhem merkte ik al peddelend dat het verkeer zich agressief gedroeg. Ik werd geconfronteerd met de ene wegpiraat na de andere, met geschiftelingen die keihard op brommers en in auto’s scheurden. Daar kwam nog eens bij dat menig automobilist blijkbaar niet zo gemakkelijk met de hand van de claxon af kon blijven.

Hysterisch getoeter

Ik ergerde me vreselijk aan dat hysterische getoeter! Wat een rotgeluid! En de rijders deden dat uit pure agressie om hun voorligger van de weg te toeteren, want ze wilden erdoor. Nee, afschuwelijk!

Naarmate ik dichter bij de stad kwam, werd de verkeerssituatie steeds onveiliger. Ik kreeg het af en toe Spaans benauwd!

Op het fietspad was het evenmin een pretje. Daar raceten brommers met hoge snelheid rakelings aan mij voorbij. Een paar keer werd ik zowat van de sokken gereden! Daar kwam nog eens bij dat de bromfietsers de lucht verpestten met hun vieze uitlaatstank. Ik ergerde me aan de vervuiling die die brommers veroorzaakten!

Kortom, van een fijne sfeer in de stad was niets meer te bespeuren.

Ik hoop dat de regering de schadelijke uitstoot van bromfietsuitlaten harder gaat aanpakken. Het mooist zou het zijn als er uiteindelijk alleen op elektrische brommers gereden kan worden. Brommers die geen lawaai maken en niet voor een vergiftigde atmosfeer zorgen.

In de binnenstad aangekomen moest ik goed mijn weg zien te banen naar de koffiewinkel. Uit voorzorg hield ik goed rechts op het voetpad en bleef ik op gepaste afstand lopen. Helaas hield niet iedereen zich daaraan. Mensen leken het veel minder nauw te nemen met de strenge veiligheidsregels die nog steeds van kracht zijn om coronabesmetting te voorkomen en daarmee mensenlevens te sparen. Aan de ingang van de koffiewinkel moest ik lang wachten en ook aan de kassa verliep het helaas niet al te vlot omdat de kassacomputer erg traag werkte.

Toen ik eindelijk mijn koffiecapsules had weten te bemachtigen hoopte ik weer zo spoedig mogelijk naar huis te kunnen gaan. Gedurende de terugrit op de fiets kreeg ik het echter opnieuw te verduren doordat er een fietser achter me reed, die erg dicht op mij zat. Het was een wat oudere man.Ik vond dat ‘kleven’ erg vervelend.

Ze lachten en maakten flauwe gebbetjes.

Op een gegeven moment gebaarde ik naar mijn achterligger. Maar helaas hield de man zich nog steeds niet aan de 1,5 meter afstand en bleef hij vlak achter mij drukken. Nogmaals zei ik: “Afstand houden!”, maar er kwam geen reactie. Daarop werd ik heel nijdig en zei dat ik het hoogst irritant vond om alsmaar iemand boven op mijn lip te hebben. Stel dat ik plotseling zou moeten remmen…. Dan waren de gevolgen niet te overzien!

Het duurde lang eer ik de wegmisbruiker achter me kwijt raakte. Pas in het dorpscentrum van Velp sloeg hij af en kon ik me wat opgeluchter gaan voelen. Maar niet voor lang. In mijn woonbuurt werd ik bijna omver gereden door een wielrenner die met waanzinnig hoge snelheid de bocht om kwam vliegen. Hij keek niet uit en remde niet. In een reflex ging ik bliksemsnel opzij. Oef! Dat was op het nippertje! Het had slechts weinig gescheeld of ik had in het ziekenhuis terecht kunnen komen!

Eindelijk kwam ik thuis. De martelochtend was voorbij. Ik was uitgeput. Kapot!

Ik voelde me teleurgesteld en verdrietig. De spanningen en emoties over de hachelijke omstandigheden waarmee ik te maken had en bovenal de rotsfeer, zorgden ervoor dat ik me een gebroken mens voelde.

Eigenlijk heb ik dit nooit eerder meegemaakt tijdens het fietsen naar en uit de stad en tijdens het winkelen in het centrum. Meestal ging het altijd goed in het verkeer en kon ik ook nog wel eens genieten van al hetgeen ik tegenkwam. Zou dat ooit weer terugkomen?

Hoe dan ook, voorlopig ga ik niet meer de stad in.

Terwijl ik in de veronderstelling was dat ik vandaag meer rust zou krijgen, maakten mijn buurtgenoten het helemaal te bont.

In onze woonbuurt wordt de laatste tijd vrijwel aan elk adres een huis stevig onder handen genomen. Bouwen en verbouwen dus en dat levert veel lawaai op van luidruchtige kerels.

Onder andere bij de buren van mijn ouders was het flink raak. Daar waren dakdekkers actief, die een nieuw dak aan het aanleggen waren met isolatie en verstevigde daklijsten aan de zijkanten van het huis. Toen ik vanochtend een paar keer door de laan liep, werd ik door die lui nageroepen. Blijkbaar herkenden deze werklieden mij onder andere van televisie.

“Hoi Keessie!”

Ze stonden bovenop het dak en waren bezig met het bevestigen van een daklaag. Boven op het kersverse daktapijt staande, schreeuwden ze: “Hoi Keessie!” En daarbij hadden ze grote lol. Ze lachten en maakten flauwe gebbetjes. Daarna riepen ze dit nog eens. En nog eens!

Woede bekroop mij. Ik werd ontzettend kwaad en zei dat ze met dat misbaar op moesten houden. Ik vind het zó vervelend en ordinair, dat naroepen! Dat mensen voortdurend aandacht trekken, pesten en koeioneren. In het recente verleden heb ik dat ook weleens op straat meegemaakt. Het maakt mij verschrikkelijk boos en agressief.

Ik had de dakdekkers enige dagen daarvoor ook al verscheidene malen uitgelegd dat ik dat naroepen heel naar vind, maar ze schijnen daar geen enkel oor naar te hebben. In plaats daarvan zijn ze mij juist steeds meer lastig gaan vallen met al hun opgewonden gedoe. Wel weten dat ik een autistische handicap heb en toch er gruwelijk misbruik van maken.

Walgelijk!

Ook elders ervaar ik het als zeer onrustig met veel bouwlawaai, getimmer en zware slijpmachines. Hoe heerlijk had ik het twee maanden geleden toen het overal juist zo stil was!

Overigens, uit bronnen is gebleken dat de strenge maatregelen tegen de corona verspreiding toch ook hun voordelen kennen. Natuur, milieu en atmosfeer knappen steeds meer op. Afname van weg- en vliegverkeer heeft geleid tot een aanzienlijk schonere lucht hetgeen de atmosfeer veel goed doet. Helaas lijkt daar nu weer de klad in te komen gezien mijn ervaringen van gisteren in de stad.

Al zijn de begrippen ‘economische opleving en groei’ toverwoorden, een goed lopende wereldhandel is niet altijd even bevorderlijk. Dikwijls gaat deze ten nadele van natuur en de giften die ‘Moeder Aarde’ ons kan bieden. Nu is en wordt er nog flink wat bespaard, maar wat zal er gebeuren als de economie door verdere versoepeling van de maatregelen straks weer op gaat bloeien?

Ik maak mij oprecht zorgen als de lucht straks weer vol dikke witte strepen zou worden bekrast en er in drukkere straten de smog terugkeert als gevolg van teveel auto’s en brommers.

Hap-snap

Ondanks al deze pokken en plagen, kommer en kwel, akkevietjes en zorgen, lukt het me nog goed om het tekenen voort te zetten. Al is het voorlopig hap-snap vanwege al dat buitenlawaai en de stress van naroepende werklieden.

Ik ben met een leuke opdracht bezig en werk er met veel plezier aan. Pas zodra de dakreparaties en bouwactiviteiten in onze buurt weer gaan afnemen, kan het tekenen pas echt weer doorgang vinden.

Hartelijke groeten,

Kees

Crowdfundactie

Jij kan meehelpen deze documentaire mogelijk te maken. Doneer en word medeproducent.

Doneer hier voor Kees vliegt uit