28 mei 2020

Rick Brink: ‘Je hébt een beperking of handicap, je bént het niet’

Rick Brink (34) uit Hardenberg is de eerste Minister van Gehandicaptenzaken en wat hem betreft wordt het een officiële politieke post. Aan in de belangstelling staan, was hij al gewend. ‘Vroeger riepen kinderen weleens: “Kijk, een klein meneertje!” en nu “Kijk, de gehandicaptenminister!”’

Interview Rick Brink

Dit is een exclusief artikel uit ons magazine saam[en]. Bestel het magazine nu GRATIS!

Minister van Gehandicaptenzaken

Rick Brink werd tijdens een tv-show van de KRO-NCRV gekozen tot eerste Minister van Gehandicaptenzaken. Hij maakt dan wel geen deel uit van het Kabinet, invloed heeft Rick zeker wel. Hij zet alles op alles om ervoor te zorgen dat relevante onderwerpen voor mensen met een beperking op de politieke en media-agenda terechtkomen. Zelf heeft Rick osteogenis imperfecta, een erfelijke bindweefselaandoening waardoor hij in een rolstoel zit.

Nog nooit was de rol van de Minis­ter van Gehandicaptenzaken zo actueel als nu tijdens de corona­crisis. Rick brink laat goed van zich horen. Zo stel­de hij hardop de vraag waarom er bij de perscon­ferenties en nieuwsuitzendingen over de corona­uitbraak geen doventolk aanwezig was. Dankzij zijn verontwaardiging was er bij de eerstvolgende nieuwsuitzendingen een tolk aanwezig.

Broze botten

Als kind was Rick al een echte optimist. ‘Natuurlijk, als ik weer eens in het gips zat – ik breek gemakkelijk een arm of been – en in mijn slaapkamertje met 35°C in de zomer op bed lag, dacht ik wel eens: jongens, ik zit mijn hele leven al in een rolstoel, waarom moet dit er dan ook nog bij? Maar verder had ik weinig last van vooroordelen of pesterijen. Bij het voetballen was ik scheidsrechter of telde ik de punten – dan sta je inderdaad langs de kant, maar je doet er wel toe in het spel. Aan tikkertje deed ik ook gewoon mee, al wisten klasgenoten dat ze een beetje voorzichtig moesten zijn vanwege mijn broze botten.

Moeilijke pubertijd

‘In de puberteit had ik het even moeilijk. Waren mijn vrienden tot diep in de nacht stappen, lag ik al om tien uur in mijn nest. Want ja, discotheken waren niet erg rolstoeltoegankelijk. Ook relaties waren een probleem. Ik voldeed natuurlijk niet direct aan het ideaalbeeld van zeventienjarige meisjes. Een jongen in een rolstoel… Je snapt het wel.’

Ik zit mijn hele leven al in een rolstoel, waarom moet dit er dan ook nog bij?

Liefdesleven

‘Inmiddels heb ik een relatie met een heel leuke vrouw. Ze heeft dezelfde aandoening als ik, wat eigenlijk wel praktisch is! Ze heeft namelijk dezelfde voorzieningen nodig en dat is een leuke bijkomstigheid. Ik heb wel eens een relatie gehad met een meisje dat kon lopen, maar dan ben je toch geneigd om dingen voor elkaar te laten – uit dansen gaan of een boswandeling liggen voor mij natuurlijk wat lastiger.’

Familie

‘Ik woon nog steeds met mijn ouders onder één dak. Het is handig om hulp in de buurt te hebben als de techniek het begeeft, mijn rolstoel niet wil of de tillift stagneert. Ik eet elke dag met mijn ouders – ik kan echt totaal niet koken, hoewel daar nu wel aan wordt gewerkt. Mijn ouders worden ook een dagje ouder, dus ik wil uitkijken naar andere huisvesting als ik volgend jaar weet waar ik werk ná mijn ministerschap.’

Toekomst

‘Het kan zijn dat ik door mijn aandoening met de jaren last krijg van pijn of oververmoeidheid, maar daar ben ik niet mee bezig. Het ziektebeeld verloopt bij iedereen anders. Maar op dit moment voel ik me goed. Ik zit lekker in mijn vel, werk hard, heb een lieve vriendin, alles is leuk. Ik ga niet op de rem trappen, ik leef nu.’

Doelen

Inmiddels  heeft  Rick  als  Minister  van  Gehandicaptenzaken   al   voor   elkaar   gekregen   dat het Eurovisie Songfestival (volgend jaar) een inclusiever karakter  heeft.  Ook  roept  hij  omroe­pen op om meer mensen met een beperking in beeld te  laten  komen  als  deskundige  of  presentator  en  zet  hij  zich  in  voor  inclusieve  speeltuinen.

‘Voor mensen met een beperking is er nog heel veel te doen in ons land. Met een beperking moet je harder werken om te kunnen meedoen. Het is letterlijk lastiger om ergens te komen, bijvoorbeeld door je rolstoel, maar ook om op een plek terecht te komen waar je kwaliteiten tot hun recht komen. Héb je een stage of baan, dan moet je je collega’s of werkgever er dikwijls van overtuigen dat je daadwerkelijk competent bent – dat is dubbel zo hard werken.’

De HandicapNL Update

Vind jij dit ook zo’n tof artikel en wil je nooit meer dit soort verhalen en columns missen? Schrijf je dan in voor onze HandicapNL Update en ontvang alle nieuwtjes in je mailbox.

Schrijf je in voor de HandicapNL Update