Twee moeders, één doel: passend onderwijs

Ruim honderd jaar geleden zocht onderwijzer Pier de Boer werk voor zijn oud-leerlingen met een verstandelijke beperking. Minka Verheul, moeder van Jan (19) en medeoprichter van Paratus Plus College, doet nagenoeg hetzelfde.

Twee lachende vrouwen staan met hun armen om elkaar heen voor de ingang van Jumbo in Driebergen. De ene vrouw draagt een witte blouse en een lichtgrijze broek, de andere een lichtblauw pak met een roze blouse.

“Op een dag haalden mijn man en ik onze zoon Jan van school af. Halverwege het schooljaar. Zonder alternatief. Zonder plan B.” Nu staat Paratus Plus College er.

Een briefje bij het geboortekaartje

Het begon met de verloskundige die de dag na de bevalling aan het bed stond. “Ik denk dat hij het syndroom van Down heeft.” Twee dagen later was het zeker. “Toen stond de wereld op zijn kop. Die eerste week was echt: wat gebeurt hier?”

Na een paar dagen stond de oppas van vijftien uit de straat op de stoep. Waarom hingen er nog geen blauwe slingers? “Kom, ik ga wel op het trapje staan.” Minka: “Dan word je er gewoon ingetrokken. Zo moet het.”

Ze wachtten met het geboortekaartje tot de uitslag definitief was, en deden er een briefje bij. “Jongens, dit is wat ons is overkomen. We omarmen het. We zullen hem net zo’n goed leven geven als zijn zussen. En we zouden het leuk vinden als je langskomt.”

Eén stel vrienden kwam niet meer. “Niet meer gezien, niets meer van gehoord, dat gebeurt.” De kinderarts stelde de vraag die alles bepaalde: ga terug naar je eigen waarden, wat vind je belangrijk in het leven? Jan moest onderdeel zijn van het dorp, vonden Minka en Hans. Zonder betutteling of een kinderachtige benadering, maar als een volwaardig kind/jongere. Meedoen waar meedoen kan.

Wat “gewoon” kost

Dus ging Jan naar het reguliere kinderdagverblijf, waar zijn zussen ook zaten. Naar de reguliere basisschool in het dorp, tot en met groep 8. Mee op kamp, meedoen met de musical.

Dat ging niet vanzelf. Jan’s ouders zochten zelf begeleiders, plaatsten oproepen in hun netwerk en zetten in op Leespraat, een methode die kinderen via lezen leert praten. De begeleiding betaalden ze uit eigen spaargeld, tot Jan een persoonsgebonden budget kreeg. Minka: “Dat maakt het oneerlijk in de samenleving. Als je het niet kunt betalen, heb je ook niet zo’n start.” Over passend onderwijs: “Prachtig, op papier. Maar maak het maar eens waar.”

De mooiste momenten kwamen van de kant waar ze niet op rekende. Een leerkracht vroeg of Jan samen met een hoogbegaafd, hoogsensitief jongetje een VOC-project mocht doen. De moeder van dat jongetje mailde later hoe fantastisch ze het vond: haar zoon mocht de diepte in, en hielp Jan tegelijk. “Wij lijmen deze kant op deze kant, dan blijft het goed plakken.”

Het moment dat het misging

Op het voortgezet speciaal onderwijs liep het vast. De afspraak dat Jan zijn Leespraat begeleiding mocht meenemen, ging niet door. Zijn taal ging achteruit; hij begon klanken uit te stoten in plaats van woorden. Er was een kapstokhaakje met een naamsticker, terwijl Jan om een kluisje vroeg, want hij zat toch op de middelbare school?

“Er werd meteen gesproken over het uitstroomprofiel. Dagbesteding, beschut werk, of een combinatie? Je leert heel snel dat meer dan 90 procent uitstroomt op dagbesteding. Daar is niets mis mee. “Maar wij dachten: zou hij niet regulier kunnen werken, met een stukje dagbesteding?”

Het antwoord was nee. Op het voorstel om met vijf leerlingen het Jeugdjournaal te kijken en één onderwerp uit te diepen, ook nee. “In de voorjaarsvakantie haalden we Jan van school af en natuurlijk vonden we dat ook best eng.”

Dan doen we het zelf

Via een Facebookgroep kwam Minka in contact met Bertina Slager, die haar zoon ook van school had gehaald. Beide jongens gingen naar een particuliere school in Driebergen. Twee mooie jaren, maar er was geen derde leerjaar, en er was iets anders: “Het paste in onze ogen niet bij inclusiviteit. Want je komt daar alleen als je het kunt betalen.”

In april 2023 besloten Minka en Bertina: dan doen we het zelf. In augustus startte de eerste groep van Paratus Plus College.

Een groep van acht mensen poseert lachend voor de Jumbo in Driebergen. Drie van hen dragen felroze truien met de tekst 'Gewoon Doen!'. De anderen dragen vrijetijdskleding of Jumbo-werkkleding. Ze staan dicht bij elkaar en maken vrolijke handgebaren.

School en stage

Bij Paratus leren de studenten drie dagen, en lopen ze twee dagen stage. De dinsdag is horecadag: hoeveel mensen eten mee, wie doet de boodschappen, wie snijdt, wie weegt. Rekenen, schrijven, plannen, spreken, betalen met een pasje. “Elke week kunnen er gasten aanschuiven, want we vinden het belangrijk dat de maatschappij kan aansluiten; we halen mensen letterlijk naar binnen.

Daarnaast is er een mooie samenwerking tussen Sportacademie MBO Amersfoort en Het Paratus Plus College. De mbo’ers lopen bij ons stage stage en geven les in bewegen en leefstijl aan onze studenten. En donderdag volgen onze studenten samen les aan de Sportacademie in Amersfoort, dat is natuurlijk fantastisch.”

Hoe krijgen we de rest mee?

En zoon Jan? Die loopt inmiddels stage bij de Jumbo in Driebergen. Fietsen vanuit Odijk hoorde bij de leerdoelen. Minka’s grotere zorg is niet Paratus Plus College. Het is de rest.

Jan staat lachend tussen twee collega's voor de Jumbo in Driebergen. Hij draagt een zwart Jumbo-poloshirt, een bril en steekt beide duimen omhoog. Zijn collega's staan aan weerszijden van hem en dragen ook Jumbo-werkkleding.

Op een bijeenkomst hoorde ze een uitspraak die ze opschreef: hoe krijg ik de rest mee in de optocht? “Hoe krijgen we de politiek mee, de raden van bestuur, de samenleving? Ik geloof in het belang van ontmoeten. Samen eten, samen sporten, MBO studenten en Paratus studenten samen met het OV naar de trampolinehal. Want voor de meeste mensen zitten mensen met een beperking niet in hun directe kring. Je komt elkaar simpelweg niet tegen. Ook niet in de wereld van een doorsnee mbo-student van negentien. Tot ze een dag per week hetzelfde schoolgebouw in Amersfoort delen.

Laatst nog zag ik wat voor moois er gebeurde. Een jongen van negentien heeft les in hetzelfde gebouw als een student van ons die weinig spreekt. Ze kwamen elkaar ergens anders tegen. De jongen gaf onze student een klap op zijn schouder en zei: ‘Jij zit ook op school in Amersfoort, hè? Super.’ De Paratus-student glunderde. Maar tegelijk: die jongen van negentien maakt dit mee. Als hij in een groep vrienden is en hij ziet jongeren die anders zijn en bijvoorbeeld niet goed kunnen praten, dan zal hij daar nooit grappen over maken. Dat weet ik zeker.”

De Gewoon Doen Tour op bezoek bij Jan

Dit is het eerste verhaal uit de Gewoon Doen Tour. Pier de Boer-ambassadeur Linda Germs bezoekt samen met de mediahelden van de Helden van Hackforts ‘Pier de Boers anno nu’: mensen en bedrijven die jongeren met een verstandelijke beperking een eerlijke kans geven om te leren en te werken.

Elke stop levert een videoverhaal en een achtergrondverhaal op. Het Pier de Boer-ambassadeurschap is een initiatief van HandicapNL en Stichting SPZ. Ken jij een Pier de Boer anno nu? Laat het ons weten

Steun HandicapNL

Aan mensen met een beperking ligt het niet. Werken, zelfstandig wonen, een opleiding volgen, naar een festival gaan; mensen met een beperking weten prima hoe ze hun leven willen leiden. Onze samenleving maakt dat alleen nog te vaak onnodig moeilijk.

HandicapNL pakt die obstakels aan. Samen met mensen met een beperking en organisaties die dingen anders durven doen, werken we aan verandering in wonen, werken en vrije tijd. Help ons de samenleving toegankelijker te maken.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

  • Als eerste op de hoogte van nieuwe initiatieven
  • Ontvang updates over hoe jij kunt helpen
  • Lees inspirerende verhalen

Scroll naar boven