“Hij heeft het voortgezet onderwijs gelukkig afgemaakt,” vertelt zijn moeder Ili. “Al deed hij er wel wat langer over.” Maar daarna liep hij vast. “Er is geen logische vervolgplek. ‘Ga maar naar de dagbesteding’, kreeg hij te horen.”
Geen plek
Finlay past niet in de standaardroutes. “Mijn zoon heeft een hoog IQ, maar de zelfredzaamheid van een driejarige,” zegt Ili. “En vooral met tijdsdruk gaat het mis.” Dat verschil zorgt ervoor dat hij steeds buiten de boot valt. “Hij is te kwetsbaar om mee te kunnen in het reguliere tempo.” Een mbo-opleiding bleek geen optie, vanwege praktische eisen. “Van studenten werd verwacht dat ze zelfstandig kunnen reizen. Dat kon hij niet en dan houdt het op.”
Inclusie in theorie, niet in praktijk
Volgens Ili zit daar precies het probleem. “Iedereen heeft het over inclusie en meedoen,” zegt ze, “maar voor jongeren als Finlay werkt dat dus niet zo.” Wat zij voor haar zoon wil: “Mbo-onderwijs dat kijkt naar potentie en ondersteuning.” Finlay heeft talenten. “Hij kan tekenen en ontwerpen, hij werkt met programma’s zoals Fusion 360. Als hij daar goed onderwijs in krijgt, kan hij een vak leren en een rol krijgen in een bedrijf.”
Steeds opnieuw beginnen
Na school probeerde Ili verschillende routes. Dagbesteding, werkplekken, begeleiding, maar het sloot vaak niet aan. “Om de haverklap heeft hij een andere coach,” zegt ze. “Die weet dan weer niet hoe het zit.” Kennis verdwijnt, begeleiding begint telkens opnieuw. Uiteindelijk vond hij een plek bij een klein bedrijfje. “Daar is hij echt een aanwinst,” zegt ze. “Maar ze kunnen hem niet op de loonlijst zetten, want het tempo ligt te hoog.” Daarom betaalt zij zelf de begeleiding.
Wat het met hem doet
Het ontbreken van een passende plek heeft impact. “Veel jongeren voelen zich op deze manier keihard weggezet,” zegt Ili. “Dat gevoel heeft hij soms ook. Zo van: waarom ik niet?” Thuis voelt hij zich gesteund, maar daarbuiten is het anders. “In de maatschappij voelt hij zich soms gewoon afgeschreven.”
Het had anders gekund
“Als hij na het vso een passende mbo-opleiding had kunnen doen, had hij misschien gewoon bij een bedrijf gewerkt,” zegt ze. “In plaats van afhankelijk te zijn van een uitkering.” Het gaat om meer dan werk. “Het gaat om meedoen. Collega’s hebben, erbij horen.”
Gemiste kans
Wat haar frustreert, is dat het systeem niet kijkt naar wat iemand kan. “We zijn van inclusief, iedereen doet mee,” zegt ze. “Maar dat is dus niet waar.” Ze ziet een grote groep jongeren die uit beeld verdwijnt. “Jongeren die best iets kunnen, maar geen kans krijgen om zich te ontwikkelen.” Daarom pleit ze voor verandering. “Wat ik wil, is dat organisaties hun krachten bundelen en dit samen oppakken. Een samenleving is pas inclusief als er plek is voor iedereen.”
Laat jongeren gewoon meedoen
In Nederland zijn er 50.000 jongeren met een licht verstandelijke beperking die wél willen leren, maar voor wie toegankelijk mbo-onderwijs ontbreekt.
Met MBO op Maat bouwen we aan een nieuwe route. Met kleinere klassen, meer begeleiding en onderwijs dat echt aansluit.
Help mee om in 2030 50 leerlijnen mogelijk te maken. Met jouw bijdrage kunnen meer jongeren leren, werken en meedoen.
[Andere verhalen]
-
Verhaal
“Ik wil gewoon verder”
“Wat ga ik studeren?” vraagt Yasminah. Ze is negentien en zit in haar laatste jaar…
-
Verhaal
“We kunnen echt wel meer dan mensen denken”
Rosa begon op een reguliere basisschool. Tot bleek dat ze een licht verstandelijke beperking en…
-
Verhaal
“Het gaat nooit over Sieb, maar over het beeld dat mensen hebben”
Sieb is 19 jaar en heeft het syndroom van Down. Net als zijn tweelingbroer Arie…



