Rick loopt zijn rondes door de Jaarbeurs in Utrecht. Controleren op schades, brandslangen checken, kantoren inspecteren. Hij loopt vier dagen per week stage als huismeester. Zo oriënteert hij zich op betaald werk, waar hij mede dankzij het Erik Scherder Huis klaar voor is. Zijn leven is, zoals hij het zelf zegt, “bijna weer normaal geworden.” Maar normaal is relatief als je drie keer hebt leren lopen. “Als kind, op mijn 17e en op mijn 24e,” somt Rick op. “Ik heb ook twee keer opnieuw leren praten. Alles moest helemaal opnieuw.”
Achter zijn linkeroog
Het begon met vermoeidheid. Rick was 17, zat op de zeevaartschool in Harlingen en droomde van een leven op het water; zijn overgrootoma was geboren op een schip en zijn ooms zaten in de vaart. Maar de moeheid bleef. De huisarts stelde hem gerust: ziekte van Pfeiffer, rust maar uit. Het werd niet beter. Bij een scan in het ziekenhuis was de schrik groot. Achter Ricks linkeroog zat een tumor. Tijdens een operatie van 7,5 uur werd 70 procent verwijderd. Eenmaal wakker, kon hij niet praten, was hij rechtszijdig verlamd en herkende hij zijn eigen moeder niet. “Dat vond ik het allerergste,” zegt hij. “Vooral voor haar.”
De revalidatie verliep moeizaam. In het eerste centrum waar Rick terechtkwam, kreeg hij niet de hulp die hij nodig had. “Ze leerden me bijvoorbeeld niet veilig lopen,” vertelt hij. De fysiotherapie en ergotherapie waren onvoldoende gericht op zijn herstel. In een ander revalidatiecentrum kreeg hij betere begeleiding en maakte hij meer vooruitgang.
Weer op het water
Na de revalidatie behaalde Rick zijn matrozendiploma en ging hij weer varen. Tot zijn 24e. De vermoeidheid kwam terug, zijn reactievermogen ging achteruit. “Op de vaart maak je lange dagen, dat kon ik niet meer,” legt Rick uit. “Dat werd gevaarlijk.” Een nieuwe scan bevestigde zijn angst: de tumor was gegroeid. Weer een operatie, dit keer werd alles verwijderd. En weer was alles weg. Zijn geheugen, zijn motoriek, zijn spraak. “Je weet: het komt goed,” zegt Rick. “Maar je hebt de angst van: hóe komt het goed? In het ziekenhuis helpen ze je wel, maar ze weten niet hoe je eruit komt.” Het varen moest hij opgeven. “De binnenvaart opgeven was heel moeilijk. Ik heb er maanden, nee, jaren over gedaan”, vertelt Rick. Hij heeft er nog steeds moeite mee. “Mijn oude baas werkt nu als walkapitein, hij vraagt nog wel eens of ik mee vaar. Hij heeft 12 schepen onder zich en 2 nieuwe schepen gekocht. Binnenkort vaar ik een keer mee.”
Zonder toekomst
Na de tweede operatie volgde opnieuw revalidatie. Daarna werkte Rick als barista, maar “koffie schenken pakte me niet zo.” Via Café Jonge Brein – een ontmoetingsplek voor mensen met hersenletsel – kwam hij bij vrijwilligerswerk terecht. Nuttig werk, maar zonder perspectief op betaald werk. “Daar zou ik nu nog zitten,” zegt Rick. “Als ik niet naar het Erik Scherder Huis was gegaan.”
“De gemeente had dit nog nooit gedaan”
Twee jaar geleden hoorde Rick over het Erik Scherder Huis. Een dagprogramma van 9 tot 5 waar mensen met hersenletsel worden begeleid naar werk en opleiding. Rick wilde erheen. Maar er was een probleem: de gemeente moest het financieren. “De gemeente had dit nog nooit gedaan,” vertelt Rick. “Het was onzeker: hoe zou het gaan, zou ik wel vooruitgaan? Dat wisten ze niet.” Rick had jarenlang NAH-begeleiding gehad voor administratie en afspraken. Maar de gemeente wilde niet beide trajecten betalen. Rick moest kiezen. Hij koos voor het Erik Scherder Huis. “Ik mocht maar een jaar. Ik was graag langer gebleven.”
Van 9 tot 5
Het vaste ritme van het Erik Scherder Huis was een bewuste voorbereiding op het werkende leven. Elke dag van 9 tot 5, vijf dagen per week. Voor Rick betekende dat om 8 uur ’s ochtends de trein pakken. Zijn hond bracht hij om half acht naar zijn moeder, die ook zijn huishouden deed. “Je wordt in een omgeving gedrukt van: zo moet het, zo is het normaal,” legt Rick uit. Voor iemand die niet graag te laat komt, werkte dat motiverend. “Dat hielp me wel verder vooruit.” Bij het Erik Scherder Huis ging het niet alleen om werk. Rick sportte er, kookte maaltijden, werkte aan zijn zelfredzaamheid. Het verschil met andere revalidatiecentra? “Toch wel het werk. Bij revalidatiecentra kun je goed revalideren, maar krijg je minder hulp naar je oude of nieuwe werk,” zegt Rick. “Hier helpen ze je écht naar werk toe. Met een opleiding, en alles wat je nodig hebt.” Samen met zijn begeleiders keek Rick: wat zou ik willen doen? Huismeester leek hem wel iets.
Daarvoor was een VCA-diploma nodig. Met hulp van vrijwilligers van het Erik Scherder Huis haalde hij dat diploma. Ze hielpen hem ook bij het solliciteren. Nu loopt hij stage bij de Jaarbeurs, vier dagen per week. “Als ik naar huis ga, dan ben ik er ook weer klaar mee. Dat vind ik heel fijn.”
“Mijn leven is bijna weer normaal geworden”
“Zonder het Erik Scherder Huis was ik nu geen stage aan het lopen,” zegt Rick stellig. “Dan zou ik nog vrijwilligerswerk doen. Dan zou ik nog die NAH-begeleiding nodig hebben.” Nu doet hij alles zelf. Administratie, afspraken maken, zijn eigen huishouden. Hij woont zelfstandig, naast het station, samen met zijn hond. “Mijn leven is bijna weer normaal geworden.” Het klinkt bescheiden, maar het is een enorme overwinning. Rick heeft drie keer leren lopen. Hij heeft twee keer zijn moeder niet herkend. Hij heeft zijn grootste passie – het varen – moeten opgeven. En hij heeft moeten vechten voor een kans die de gemeente aanvankelijk niet wilde geven.
“Je kunt wel denken dat het goed is, maar je kunt altijd beter,” zegt Rick. “Er zit meer in je dan je doorhebt. Maar om die stappen te zetten, heb je het Erik Scherder Huis nodig. Anders blijf je ergens in hangen, terwijl er meer in je zit.” Zijn moeder en zus waren er altijd: “Kom op Rick, je kan het nog.” Die steun was cruciaal. Maar zonder de structuur, de begeleiding en het geloof in zijn mogelijkheden van het Erik Scherder Huis was Rick er niet gekomen. “Nu pas begint het te landen,” zegt hij. “Ik kan het allemaal weer.”
