21 juli 2020

Ruim baan voor je talenten?

Iedereen heeft wel ergens talent voor. Maar hoeveel ruimte krijg je om je talenten te ontwikkelen als je een beperking hebt? Geven je werkgever, omgeving en ‘het systeem’ je wel de kansen die je verdient? In de praktijk blijkt het soms best lastig om de juiste balans te vinden tussen te veel en te weinig verwachtingen. We tekenen drie ervaringsverhalen op van mensen die door hun handicap maar moeilijk hun talenten op de arbeidsmarkt kunnen benutten.

Tekening talenten

‘Incontinent betekent niet incompetent’ – Pieter (52)* is de vader van Karlijn (19)*, die een meervoudige beperking heeft.

‘Mijn dochter heeft een progressieve aandoening. Ooit liep en praatte ze goed, nu zit ze in een elektrische rolstoel en gebruikt ze deels een spraakcomputer. Ze kan ook niet meer zelfstandig naar de wc. Dat laatste heeft – nu ze werkt – grote gevolgen. In Nederland staat incontinent kennelijk gelijk aan incompetent.

Draag je een luier, dan ben je afhankelijk van verzorging en gaan er opeens allemaal deuren dicht. Terwijl ze cognitief nog goed kan meekomen met vriendinnen, kan ze niet hetzelfde leuke werk doen, zoals bij een kunstatelier werken of in de horeca. Dit soort werkplekken zijn niet op haar behoeften aangepast. Dus komen we op plekken terecht op het laagste niveau.

Schreeuwen van frustratie

Eén instelling had de soort spelletjes voor haar klaarliggen die ze als kleuter deed. Ik kon wel schreeuwen van frustratie. Zelfs de stagebegeleider van haar school was ontzet hoe verkeerd Karlijn daar werd ingeschat. Na lang zoeken kan ze nu twee dagen per week naar een (dure) particuliere instelling. We hebben extra budget moeten aanvragen, maar ze doet daar wat ze het allerliefste wil: met baby’s werken. Speciaal voor haar is een sta-oplift aangeschaft waar ze wél mee op de wc kan. Een simpele oplossing waardoor mijn dochter haar ambities kan waarmaken.’

* Pieter en Karlijn heten eigenlijk anders

‘Van de stress werd ik spastischer’ – Marjolein (62), voorheen manager

‘Na jaren bij een groot bedrijf te hebben gewerkt, kreeg ik een hersenbloeding waardoor ik halfzijdig verlamd raakte. Terugkeren in mijn oude functie als manager was geen optie. Ik wilde dolgraag weer aan de slag, maar er werd geen vervangend werk voor me gezocht. De overkoepelend hr-manager kende de weg niet terug in werkland. Het werd een gevecht waarin ik zelf vervangende functies zocht.

De ene was te ver – ik kon nauwelijks lopen, laat staan overstappen op een treinstation – de andere werd niet goedgekeurd door het bedrijf. Tot de bedrijfsarts zei dat ik me beter kon laten afkeuren. Hij had gelijk, want ik ging fysiek achteruit. Van alle stress werd ik spastischer en somber.

Blijf mijn oude werk missen

Maar ja, toen zat ik thuis, voor tachtig tot honderd procent afgekeurd. Ik was vermoeid, liep slecht, trainde te hard: Het ging niet goed. Dus heb ik professionele hulp gezocht. Dankzij EMDR-therapie, vrijwilligerswerk en veel praten, werd ik weer mijn positieve zelf. Ik werd aangenomen als lid van de klachtencommissie van een ziekenhuis. Het voelde goed om weer gewaardeerd te worden. Ook werd ik schuldhulpmaatje voor jongeren. Ik blijf de geestelijke uitdaging en het niveau van mijn oude werk missen. Maar tegelijkertijd ben ik dankbaar voor wat ik heb en kan doen.’

Wat er met Marjolein gebeurde toen ze eindelijk alles op orde had, lees je op handicap.nl/marjolein

‘Zonder druk kan ik veel aan’ -Mireille (46) is vrijwilliger en ervaringsdeskundige.

‘Vroeger wilde ik verpleegster worden. Of kapster. Of stewardess. Maar al snel bleek dat dit er voor mij niet in zat vanwege mijn verstandelijke beperking. Vrijwilligerswerk past beter bij me, daar zit minder druk op. Ik doe wel ontzettend veel: Ik werk bij de sauna, bij een restaurant en als ervaringsdeskundige met als specialisme Wmo. Ook ben ik voorzitter van de cliëntenraad van zorginstelling Cordaan.

Ga jij maar even plat

Soms ben ik bang dat mensen denken: Nou, dan kun je toch ook betaald werk doen? Maar dan wordt er te veel van mij verwacht. Zelfs nu gaat er wel eens wat mis. Laatst moest ik soep maken in het restaurant. Dat kan ik goed, maar dit was een nieuw recept en de tekst was onduidelijk. Wat moest eerst? Welke volgorde moest ik aanhouden?

Ik raakte in paniek, terwijl de anderen dachten dat ik het wel zelf kon. En als ik het te druk heb, zegt mijn lichaam: ga jij maar even plat. Ik val dan letterlijk flauw. Zoals ik het nu heb geregeld, is het goed. Ik wil wel meer, maar ik weet ook precies wat ik aankan.’

Benieuwd hoe Mireille van haar beperking haar kracht maakt? Lees verder op handicap.nl/mireille

Dit is een artikel uit ons magazine saam[en]. Nieuwsgierig geworden?

Bestel het magazine GRATIS! Benieuwd wat je als werkgever kunt doen?