28 mei 2021

Marjon – Oorlog in de speelgoedwinkel

Jules’ schoenen waren kapot. Indringend keek hij me aan en gebaarde dat we nieuwe schoenen moesten kopen. Dus samen op de fiets naar het winkelcentrum voor een bezoek aan de schoenenwinkel. Hij zocht zelf zijn nieuwe schoenen uit en stapte glunderend voor de spiegel heen en weer. Toen we de winkel verlieten sprak hij verschillende mensen aan voor hun mening over zijn nieuwe schoenen. Druk gebarend, terwijl hij onherkenbare keelklanken uitstootte. Ik als tolk erachteraan: “Hij heeft nieuwe schoenen.” Tot zover alles goed.


Maar liefst 60% van de ouders met een gehandicapt kind krijgt een burn-out. HandicapNL steunt projecten die ouders van een gehandicapt kind verbinden, versterken en verlichten in hun zorgtaak. Deze projecten kunnen alleen worden doorgezet met jouw hulp. Word donateur!


Buiten de winkel wilde Jules gewoontegetrouw naar de bakker voor een croissantje. Jules wil standaard een croissantje als hij gaat shoppen. Het heeft weinig zin om daar tegenin te gaan, dus wij naar de bakker. En toen besloot meneer dat hij naar de tegenoverliggende speelgoedwinkel ging. Ik protesteerde nog zwakjes, maar was ergens ook gemakzuchtig, geen zin in het conflict dat anders vrijwel zeker zou ontstaan, en ging dus voor de makkelijke weg. Bovendien regende het buiten pijpenstelen en we waren op de fiets…

Het paradijs van speelgoed

Jules begon op de baby afdeling. Alle mooie glimmende, zingende en bewegende beloftes voor urenlang speelplezier werden betast en besnuffeld. Vol verrukking zijn gezicht, naar mij opgeheven in stralend geluk. Alles wees hij aan, hij demonstreerde aan mij hoe het werkte en gebaarde driftig dat het heel mooi was. Ik beaamde alles. Ja, mooi hè. Hij maakt geluid! Dan zag hij weer een nieuwe, een nog mooiere. Hij wilde alles wel hebben, maar gelukkig vergat hij het ene prachtexemplaar als hij de volgende zag. Intussen bereikten we de roze hoek, met direct daarachter de knutselspullen. Klei, bedacht ik me, was een mooie bemiddelingspoging. We zouden iets kopen, wat voor Jules een elementair onderdeel is van het naar een winkel gaan, zeker als het een speelgoedwinkel betreft, en we kunnen klei altijd thuis gebruiken. Maar Jules vervolgde zijn weg naar boven, waar de playmobil staat.

Jules, we kunnen die niet kopen

Over het algemeen is Jules tevreden met het krijgen van een simpel paardje, of een hondje met een hondenhok. Maar niet als in de winkel hele boerderijen, maneges, poppenhuizen en bouwplaatsen uitgestald staan. Opgewonden dribbelde hij op en neer en bleef af en toe staan om met zijn neus op de verpakking te bekijken wat het nou precies was. En al snel maakte hij zijn keus: de manege van 1 bij 1 meter, in de aanbieding voor €69,00. Ja! Riep hij enthousiast. Ik werd gedwongen om hem tegen te spreken: “Jules, we kunnen die niet kopen”, zei ik tegen hem. Maar Jules kon dat best! Op naar de kassa, mama. Je hoeft alleen maar je kaartje daar in te doen en this baby is mine! Het leven kan zo simpel zijn.

De voordeelbak

Maar hij had ook door dat ik het meende. Bij de trap, op weg naar de kassa, gooide hij ineens de hele manege naar beneden, terwijl er juist twee mensen naar boven kwamen. Jules stortte zich dramatisch ter aarde, graaide naar een voordeelbak die vervaarlijk helde. De vrouw kwam op mij af “Ik kreeg dat ding bijna tegen mijn hoofd!” zei ze verontwaardigd. Ik was te druk met Jules in bedwang en de voordeelbak in balans te houden, dus ik gaf geen antwoord. Wat had ik ook moeten zeggen? Sorry? Ja, ik ken het gevoel? In plaats daarvan pakte ik Jules vast, probeerde hem te kalmeren. Hij weigerde me aan te kijken, maar greep wel een bos van mijn haar. Terwijl ik bezig was mijn haar te bevrijden, had hij de voordeelbak weer te pakken.

Denderende auto’s

Maar ik ben lekker sterker en raak bovendien behoorlijk bedreven in het in bedwang houden van Jules zonder echt over de zeik te gaan. Dus ik droeg hem uiteindelijk in mijn armen naar beneden, terwijl hij trapte en mij probeerde te bijten en vooral heel hard schreeuwde. Ik had intussen alle aandacht van de andere klanten en het personeel. Mijn schoudertas hing om mijn middel, en Jules hing bijna op de grond met zijn hoofd, zijn kleren opgestroopt tot zijn kin en zijn buik helemaal bloot. Ik liet hem even op de grond zakken om mijn tas weer om mijn schouders te hangen en Jules opnieuw en beter op te pakken. Die milliseconde gebruikte hij om naar een opstelling vol grote vrachtwagens te kruipen en daaraan te gaan hangen. Met veel lawaai doken de auto’s naar de grond. Ik greep Jules weer vast. Nee, Jules, nee! Wat nu? Winkel verlaten met achterlating van de puinhoop? Opruimen? Ik nam Jules in de houdgreep (mijn knieën op zijn armen) en probeerde de auto’s terug te zetten. Maar Jules had de stelling ontzet en ze reden er met evenveel gemak weer vanaf.

Géén hulp

Intussen begon zich een soort kring van belangstellenden om ons heen te vormen. Toen ik mijn knieën op zijn armen legde hoorde ik iemand zeggen “ach, wat zielig” en iemand had het over opvoeden. Niemand stak een hand uit om mij te helpen met dit beresterke, woedende kind en de berg in elkaar gestort speelgoed. Ik slaagde erin Jules naar buiten te krijgen en probeerde hem te kalmeren. Bij de bakker tegenover de speelgoedwinkel stond iedereen reikhalzend te kijken waar alle herrie vandaag kwam. Ik tilde Jules weer op. We moesten nog vijftig meter door het zaterdagmiddag shoppend publiek om bij de fiets te komen. Jules was zich zeer bewust van het publiek en gaf een mooie show met veel decibel weg. Mijn armen deden pijn en het kostte me moeite hem het hele eind de baas te blijven.

Niemand stak een hand uit om mij te helpen

Toch kwamen we buiten, waar de stortbui was overgegaan in lichte motregen. Ik liet hem op de grond zakken en hij kroop weg achter een deur. Ik wist dat ik even niet de kracht overhad hem in het fietsstoeltje te zetten. Ik zou hem moeten “breken” in zijn huidige boosheid en ik had hem net al tegenstribbelend naar buiten gedragen. Ik kon hem beter even laten razen, hier waar hij geen schade aan kon richten, om daarna enigszins rustig naar huis te fietsen.

Bemoeial

Een oude man met een enorme buik kwam aanlopen, gealarmeerd door het gehuil van Jules. “waar is zijn moeder?” vroeg hij aan mij.” Ik ben zijn moeder.” Vol ongeloof staarde hij me aan. Hoe kan een moeder daar gewoon staan, terwijl haar kind op de grond lag te huilen? zag je hem denken. “Hij is heel boos,” zei ik, “dus ik laat hem even kalmeren”. “Maar zijn broek is nat, hij zit op de natte tegels!” zei de man. Ik herhaalde mijn zin: “hij is boos, ik wacht even”. Maar inwendig begon ik te koken. Waar haalde die man het lef vandaan om mij te beoordelen? Wist hij hoe het was? Wist hij van de afgelopen twintig minuten? De man gaf het bijna op “het is nog maar een klein kind,” bemoeide hij zich nog een laatstekeer. “Hij is zes!” beet ik hem toe, want ik weet dat Jules er in zo’n toestand uitziet als drie.

Hoe kan een moeder daar gewoon staan, terwijl haar kind op de grond lag te huilen?

De man voegde zich bij zijn rookmaatjes, een man en een vrouw die half om de hoek stonden en ze begonnen luidruchtig commentaar te leveren op deze slechte moeder, het moraal van tegenwoordig, het gebrek aan opvoeding. Ik ving nog iets op over kinderbescherming. Jules kalmeerde. Ik knuffelde hem, wiegde hem en zette hem in het fietsstoeltje. Samen reden we weg in de laatste spetters van de motregen. En ik wist niet goed of mijn lijf natrilde van het gevecht met Jules of de woede op de man, die zich ergens in mijn borstkas had vastgezet.

Bovenstaande blog is geschreven door Marjon, moeder van Jules en zijn twee grotere broers. Ze schrijft verhalen over de moeilijke tijden, maar ook over die kleine pareltjes van geluk waardoor het leven met Jules de moeite waard blijft. Haar andere blogs lees je op www.julesenik.wordpress.com.

Een waardevol dagelijks leven voor iedereen: teken het manifest!

Veel ouders met een gehandicapt kind strijden dag en nacht voor hun kind. Maar liefst 60% van hen krijgt een burn-out. HandicapNL steunt projecten die ouders van een gehandicapt kind verbinden, sterken en verlichten in hun zorgtaak.

Mantelzorgers zetten vaak hun hele leven in het teken van de zorg, maar wie zorgt er voor hen? HandicapNL vindt dat iedereen recht heeft op een normaal, waardevol leven. Jij toch ook? Teken hieronder ons manifest!

Ja, ik teken het manifest voor een normaal leven voor iedereen!

Bij het aanmelden ga je akkoord met de privacyvoorwaarden van HandicapNL.