08 maart 2019

‘Het is toch niet normaal om zo vroeg te moeten opstaan’

Aan het einde van de wereld rechts en dan ben je er – dat is de lopende grap over Terneuzen en laat dat nou nét de plek zijn waar mijn vriend Jos woont. Tegen de tijd dat jullie dit lezen zijn Jos en ik overigens man en vrouw, iets waar ik me bij het schrijven van deze column nog niets bij kan voorstellen.

Amber Bindels, blogster voor HandicapNL
Amber Bindels, blogster voor HandicapNL

Trillende vingers van angst

Vorige week was ik er na het weekend net iets te lang blijven hangen en hoezeer ik dat ook zou willen, mijn agenda houdt daar geen rekening mee. Ik moest om 11.00 uur in Den Haag zijn. Met trillende vingers van angst opende ik de 9292-app om mijn reis te plannen (dat trillen kan overigens ook komen door het ontbreken van mijn fijne motoriek). Mijn angst werd werkelijkheid: ik moest om 5.45 uur opstaan om de bus van 7.01 uur te kunnen halen.

‘Er bleef niets anders over dan bij de hoofdconducteur te smeken of ik alsjeblieft toch mee mocht.’

‘Het is toch niet normaal om zo vroeg te moeten opstaan als je een afspraak in Den Haag hebt,’ klaagde ik tegen Jos. ‘Voor mij is het heel normaal,’ zei hij een beetje moeilijk kijkend omdat het zo vroeg was. ‘Ik begrijp nu nog beter wat het betekent als de rest van Nederland geen rekening met je houdt en ik dacht toch echt dat ik daar al ervaring mee had vanwege mijn handicap,’ gaf ik toe.

Handige Harry

Mijn huissleutel deed dienst als ‘Handige Harry’ om de oprijplank in de bus los te krijgen. De buschauffeur stond er een beetje verdwaasd bij te kijken en hield begrijpelijkerwijs vooral de klok in de gaten. Gelukkig kwamen we op tijd aan op treinstation Goes, maar helaas bleek de trein twintig minuten vertraging te hebben. Daar kun je of heel chagrijnig van worden of je kunt besluiten dat het een goed excuus is voor een kop koffie. Dat laatste is echt beter voor je humeur, want vertraging is in Zeeland de normaalste zaak van de wereld.

Toch nog op tijd

Even later kwamen we erachter dat er geen assistentie was om me in de trein te helpen. Toen ik de assistentieverlening telefonisch om uitleg vroeg, kreeg ik te horen: ‘Nee, er staat inderdaad nog niemand, want de assistent staat met de auto in de file. Maar de trein heeft vertraging, dus als het goed is, is iedereen op tijd.’ Dat klinkt als een heus geluk bij een ongeluk. Helaas was er vijftien minuten later nog niemand en daar zagen we de trein al aankomen. ‘Er bleef niets anders over dan bij de hoofdconducteur te smeken of ik alsjeblieft toch mee mocht.’ ‘Nou ja, nu maakt die vertraging ook niet meer uit,’ zei hij en zo kwam ik toch nog op tijd in Den Haag aan.

Dit is een artikel uit ons magazine saam[en].

Nieuwsgierig geworden? Bestel eenmalig een gratis proefnummer.