Gewoon naar school

Wanneer ik het schoolplein naar de peuterklas oploop bekruipt me een vervelend gevoel. Ik bereid me voor op het gesprek waarvan ik weet dat het gaat komen. Zoals elke week. 

Zodra mijn dochter me ziet vliegt ze me in de armen en begint vrolijk te brabbelen over alles wat ze die ochtend heeft meegemaakt. Niet dat er heel veel verstaanbaars uit haar mond komt. De peuterleidster komt naast me staan. “Ja ja, het was me weer een ochtend hè kind. Ze heeft vandaag wel twee keer gespuugd en weigerde haar thee op te drinken. Ze werd boos toen we haar een stukje appel gaven. Je liet de andere kindjes wel een beetje schrikken hè meid?” 

We worden continu herinnerd hoe ‘anders’ ons kind is

Medische bubbel

Dochterlief heeft door vroeggeboorte ‘wat achterstand’ op bepaalde gebieden. Onder meer eten, drinken en praten zijn momenteel een uitdaging. Nu ze vrijwel alle mogelijke behandelingen heeft afgerond, stappen we langzaam uit de medische bubbel waar we sinds haar geboorte in hebben gezeten. Heerlijk, niet meer elke dag op en neer naar een kliniek of ziekenhuis. We kunnen haar nu ‘gewoon’ naar de opvang om de hoek brengen. Eindelijk een omgeving waar ze niet één van de zieke kindjes is. Zo dachten we. Maar juist vanuit de reguliere opvang worden we continu herinnerd hoe ‘anders’ ons kind is ten opzichte van haar leeftijdsgenootjes. 

De opvangmedewerker wendt zich naar mij. “Het wordt er nog niet echt beter op hè? Wat zeggen de artsen eigenlijk? Komt het ooit nog goed? Als ze volgend jaar naar de basisschool gaat wordt het wel moeilijk. Ze zal wellicht ook niet naar het ‘gewone’ onderwijs gaan?”  

Niet de norm

Bij de opvang is ons kind een lastig verhaal. Want kinderen horen op de opvang gewoon te eten, en op hetzelfde tempo een programmaatje af te werken. Afwijken van die norm is voor de pedagogen een groot probleem. Het zet me aan het denken: als mijn dochter, met een relatief kleine aandoening, al zo’n bezwaar is voor de opvangmedewerkers, hoeveel weerstand ervaren ouders en kinderen met een ernstigere handicap dan wel niet?

Angelina merkt als kind al: jij hoort er niet bij

Geen aansluiting

KRO’s Pointer besteedde onlangs aandacht aan de beperkte toegankelijkheid van Nederland en deelde daarbij ervaringsverhalen van ouders en leerlingen die tegen wil en dank zijn aangewezen op het speciaal onderwijs. Omdat reguliere scholen niet goed ‘geëquipeerd’ zijn voor sommige kinderen. Vader van Angelina (13) beschrijft hoe zijn dochter, na verwoede pogingen om op het regulier onderwijs te blijven, nu elke dag met een apart busje naar het speciaal onderwijs gaat. Een uur heen, een uur terug. De buurtkinderen kennen haar niet goed en sluiten haar buiten. “Eigenlijk merkt iemand als Angelina als kind al: jij hoort er niet bij. Dat werkt door tot in je volwassenheid.” 

 

HandicapNL vindt dat iedereen mee moet kunnen doen in de maatschappij. Daarom ondersteunen wij initiatieven die mensen mét en zónder handicap samenbrengen.

Doneer eenmalig!

Niet teveel afwijken

Dat beaamt ook het verhaal van Lisa(21) die door haar chronische ziektes niet lang rechtop kan zitten. “In groep één zaten we allemaal op houten bankjes. Voor mij was dat niet te doen, maar we merkten gelijk al dat school het lastig vond om mij op een andere stoel te laten zitten. Ik moest niet te veel afwijken van de andere kinderen.”

Lisa beschrijft dat ze op haar school nagenoeg de enige was die ‘anders’ was. Hierdoor vindt een school het lastig om rekening te houden met de uitzondering. Lisa: “Als je alleen met gezonde leeftijdsgenoten in aanraking komt dan denk je dat dit normaal is. Iemand in een rolstoel ga je als gek zien. Dat moet anders.” 

Ik moest niet te veel afwijken van de andere kinderen 

Samen spelen en leren

Agogisch werkster en kindercoach Yvette den Brok-Rauwendal heeft er meerdere betogen over geschreven op het rolstoelplatform WijRollen. Zo schrijft ze: “Wat veel mensen niet zien, is dat gehandicapte kinderen juist op een reguliere school – tussen niet-gehandicapte leeftijdgenoten – leren om met hun handicap om te gaan. (…) Kinderen die geen handicap hebben, hebben er op hun beurt ook baat bij als ze op school opgroeien met gehandicapte kinderen. Spelenderwijs leren zij dat het niet vanzelfsprekend is dat iedereen kan lopen, kan zien, kan horen, moeiteloos kan praten, een goede handfunctie heeft en een algemeen geaccepteerd denkniveau. Tegelijkertijd leren ze dat dat niet erg is; dat je best lol kunt hebben, al heb je een handicap en dat je best samen kunt werken en vrienden kunt zijn.” 

Samen naar school

Gelukkig zijn er steeds meer Samen Naar School-klassen. Een project van HandicapNL & stichting Het Gehandicapte Kind om de onderwijskloof te dichten. Het betreft reguliere scholen waar kinderen met een (meervoudige) beperking in hun eigen klas onderwijs op maat krijgen, met alle zorg en ondersteuning die ze nodig hebben. Waar mogelijk doen de kinderen gewoon mee met de andere leerlingen, tijdens het kringgesprek, de muziekles, gym of het speelkwartier. In de praktijk blijkt dan dat de andere kinderen graag willen helpen met het eten of het spelen. Hoe mooi is dat?! Geweldig dat door Samen-Naar School-klassen ‘de norm’ iets breder genomen kan worden en regulier onderwijs voor veel meer kinderen mogelijk is.

In de praktijk blijkt dat de andere kinderen graag willen helpen 

Weg met de druk
Met de opvangmedewerkers hebben we inmiddels een goed gesprek gehad en afspraken gemaakt: bij het ophalen praten we niet meer over de eet- of spuugmomenten. Er wordt in een app keurig bijgehouden wat wel en niet is gegeten zodat wij als ouders kunnen monitoren. Er ligt zo een stuk minder druk op zowel het eetmoment als het ophaalmoment. Sindsdien gaat het een stuk beter op de opvang. En loop ik niet meer met lood in mijn schoenen het schoolplein op 😉.

Steun Samen naar School

HandicapNL vindt dat iedereen mee moet kunnen doen in de maatschappij. Daarom ondersteunen wij initiatieven die mensen mét en zónder handicap samenbrengen. Zoals de Samen Naar School-Klassen. Steun onze missie en maak het voor meer kinderen mogelijk om gewoon onderwijs te volgen, dichtbij huis in een vertrouwde omgeving. 

Ik doneer!

Maartje: ‘Op de Dutch Grand Prix vergat ik dat ik een handicap heb.’
Maartje: ‘Op de Dutch Grand Prix vergat ik dat ik een handicap heb.’
Naomi (31): “De regelzucht in de zorg? Ik heb goede hoop dat er iets aan te doen valt”
Naomi (31): “De regelzucht in de zorg? Ik heb goede hoop dat er iets aan te doen valt”