• Doneer nu
  • Zoeken
    Generic filters
    Exact matches only
06 februari 2020

10 do’s en don’ts bij mensen met een handicap

Moet ik nou helpen of juist niet? En: kan ik deze vraag eigenlijk wel stellen? Voor omstanders en zelfs voor naasten, is het soms lastig om in te schatten waar je wel of niet op zit te wachten als je een handicap hebt. Daarom zetten we de belangrijkste do’s en don’ts op een rijtje.

10 dingen die je niet moet zeggen tegen iemand met een handicap

 

1. Vragen of iemand hulp wil

Er is helemaal niets mis mee om gewoon concreet te vragen of je iets voor iemand kunt doen. Of je de deur kunt openhouden, iets uit een hoger schap kunt pakken in de supermarkt of een zware tas moet dragen. Hulpvaardigheid is een fijne eigenschap, die wordt gewaardeerd door mensen met én zonder beperking. Ook belangrijk: als degene die je wilt helpen ‘nee’ zegt, probeer dit dan te aanvaarden zonder beledigd te zijn.

2. Niet anders doen

Net als ieder ander, willen mensen met een handicap graag gelijkwaardig behandeld en benaderd worden, dus niet met een medelijdende blik. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan als je echt medelijden voelt, maar probeer je te verplaatsen in hoe het voor de ander is. Trek geen ‘extra begripvol’ gezicht, maar stap op iemand met een handicap af zoals je zelf benaderd wilt worden: open, vriendelijk en zonder oordeel.

3. Je kind uitleggen wat er met iemand is

Kinderen zijn nieuwsgierig én zeggen de waarheid. Keihard, hardop. In plaats van ‘sst’ te zeggen en snel door te lopen bij de vraag: ‘Wat hééft die vrouw?’, kun je het beter proberen uit te leggen. Vertel bijvoorbeeld dat de vrouw moeite heeft met lopen of zien en dat ze daarom een hulpmiddel nodig heeft. Wil je kind meer weten, dan kun je er later samen verder over praten. Want hoewel het fijn is als een ouder z’n kind niet bij je wegtrekt, is het nooit leuk als anderen in je bijzijn over je praten.

| Leestip: Zo praat je met kinderen over een handicap.

4. Rekening houden met de ander

Het komt voor dat iemand die slechthorend of doof is, goed kan liplezen. Vraag daarom voordat je extra hard gaat praten of dit het geval is. En juist bij onzichtbare beperkingen – zoals weinig energie, last van geluid of licht – is het belangrijk om rekening met iemand te houden. Bijvoorbeeld met de plek waar je afspreekt en hoe lang. Ook hier geldt: durf concreet te vragen wat iemand prettig vindt.

5. Iemand als volwassene aanspreken

Ook een volwassen persoon met een verstandelijke beperking wil niet als een kind worden behandeld. Als iemand duidelijk wat minder snel van begrip is, heb je al gauw de neiging om langzamer of kinderachtiger te praten. Toch is het beter om iedereen voor ‘vol’ aan te zien. Probeer eerst uit wat diegene aankan, voordat je je toon of woordkeuze aanpast. Het kan zijn dat er geen reactie komt, maar ga er nooit vanuit dat dit betekent dat je niet begrepen wordt.

6. Ongevraagd taken overnemen

Hoe het voelt als de ober het vlees voor je snijdt omdat hij denkt dat jij het niet kan? Als de deur openzwaait, die je net zelf wilde openduwen? Als iemand de brief uit je hand grist die je prima zelf in de brievenbus kunt doen? Dan voel je je compleet machteloos. Alsof je een kind bent dat nergens over mag beslissen. Als je zomaar iets doet voor een persoon met een handicap, geef je diegene er een extra beperking bij. Hoe goed je het ook bedoelt.

7. Alleen met de begeleider praten

Zelfs als iemand niet kan praten of duidelijk verstandelijk beperkt is, is het goed om moeite te blijven doen om met hem of haar te communiceren. Praat dus niet over iemands hoofd heen. Kijk de persoon aan, begroet hem of haar en steek je hand uit. Ook als je twijfelt of diegene in staat is om ’m te pakken. Zeg gerust hardop: ‘Ik kan je niet goed verstaan, ik vraag het even aan je begeleider, oké?’ Geen reactie, wil niet zeggen dat ze het niet waarderen.

| Leestip: De 10 mooiste toegankelijke routes in de natuur.

8. Rare complimenten maken

Complimenten zijn natuurlijk altijd fijn, zolang ze gemeend zijn. En voor mensen met een handicap kunnen we hieraan toevoegen: zolang ze ergens op slaan. Opmerkingen als ‘Wat góed dat je hier bent!’ of ‘Je bent zo’n inspiratie!’ zijn ongetwijfeld zeer welgemeend. Maar degene tegen wie je het zegt, doet wat ieder ander doet: z’n leven leiden. Als dat ‘knap’ wordt gevonden, voelt de ander zich alleen maar meer gehandicapt.

9. Een hulpmiddel aanraken

Een wandelstok, rolstoel of rollator gaat bij je horen. Het wordt een verlengstuk van jezelf, zelfs als je er een haat-liefdeverhouding mee hebt. Geef je iemands rolstoel een zetje, dan voelt het voor diegene dus alsof je aan zijn of haar lichaam komt. Bovendien kan het ook gevaarlijke situaties opleveren, zoals bij het aaien van een hulphond of het verleggen of verzetten van een stok.

10. Vragen naar de oorzaak

De vraag ‘Hoe is het gekomen?’ krijg je ongelooflijk vaak als je een handicap hebt. Uiteraard kan het voortkomen uit oprechte interesse, maar het voelt ook een beetje als een sensatievraag. Bovendien is het best intieme informatie. Als je elkaar wat langer kent en je jezelf ook meer bloot geeft, kun je er natuurlijk prima naar vragen. Maar zomaar op straat of in de rij van de supermarkt? Toch liever niet.

En wat als je twijfelt?

Iedere situatie is anders, dus twijfel je of iemand juist wél een duwtje wil, of juist níet als volwassene aangesproken moet worden? Vraag het gewoon, aan de persoon zelf of de begeleider!

 

Benieuwd naar 10 scherpe antwoorden op ongemakkelijke vragen? Bestel gratis ons magazine! 

Bestel de saam[en]